Hap-slik-weg

Het is mama de laatste tijd al vaker opgevallen dat Sammy bij het eten steeds als eerste zijn bord leeg heeft. Deze avond eten ze pasta en ze kijkt met verbazing naar hem, hoe de pasta met grote snelheid naar binnen glijdt. ‘Dat gaat snel, lukt het nog om tussendoor te ademen?’ vraagt ze, met een knipoog, aan Sammy. ‘Ik had ook zo’n honger’ zegt Sammy en leunt dan wat suf achterover.

‘Als je het eten wat beter kauwt, kun je er meer van genieten en je lichaam kan dan ook beter de voedingstoffen opnemen’ legt mama voorzichtig uit, maar het lijkt of Sammy niet echt luistert.

Een paar dagen later gaan ze met het hele gezin weer eens naar de dierentuin. Ze hebben een abonnement, dus kunnen ze lekker vaak gaan. Deze keer staan ze lang te kijken in het reptielenhuis. Daar worden net de slangen gevoerd. Ze krijgen dode ratjes te eten. Hanna griezelt ervan.
Ze zien dat een slang naar zo’n ratje toe kronkelt en dan in één keer zonder te kauwen het hele dier naar binnen schrokt. Daarna blijft hij suf liggen om even bij te komen. ‘Dat lijkt net Sammy, als hij pasta eet!’ roept Hanna lachend. Papa en mama proesten het uit. Sammy schrikt er van, wie wil er nou met een slang vergeleken worden… ‘De volgend keer toch maar wat meer kauwen’ denkt hij en probeert met een zuur gezicht wat mee te lachen.

De verleiding van de slang 

De Bijbel vertelt ons steeds over 2 kanten: God en mensen, hemel en aarde. En Gods blijde boodschap is, dat die 2 kanten door liefde samen 1 kunnen worden: dan woont God in ons hart en kunnen wij al iets van de hemel hier op aarde beleven.

Satan (zijn naam betekent: tegenstander, vijand) wil niet dat wij God gaan zoeken en liefhebben. Daarom wijst hij steeds op 1 kant: op de aardse dingen. Hij hoopt dat wij die het belangrijkste vinden, dat we daar steeds mee bezig zijn en dat we niet ‘de dingen die boven zijn’ gaan zoeken.

Satan wordt in de Bijbel voorgesteld door een slang, een dier, dat geen poten heeft, maar op zijn buik kruipt. Hij zit helemaal vast aan de aarde (~ de aardse dingen) en hij eet zelfs aarde (of: stof). De aarde is álles voor hem:

‘Op je buik zul je gaan en stof (of: droge aarde) zul je eten, al de dagen van je leven.’ (Genesis 3:14)

En deze ‘slang’ wil ons verleiden om net als hij, alleen voor de aarde te gaan leven. Maar alleen maar 1 kant in het leven, alleen de aarde, is dat niet saai? Die ‘droge aarde’, dat ‘stof’, daar zit toch geen smaak aan, dat is steeds hetzelfde, droog en dor… 

Ja, maar daar weet Satan wel wat op, hij zorgt er wel voor dat er steeds weer wat anders ‘op de markt’ komt, zodat we lol hebben en afleiding en tijdverdrijf. Steeds weer nieuwe dingen, waar hij ons mee verleidt om weer mee bezig te zijn, want alles verveelt ook weer zo gauw.

Ja… we voelen allemaal diep in ons dat het hier niet om gaat, dat alleen die aardse, tijdelijke dingen ons leven leeg en zinloos maakt.

Wát een verschil met het ‘hemelse’ leven dat de Here God ons wil geven: dan hebben we een doel in ons leven en hoeven we de tijd niet te ‘verdrijven’, maar is tijd juist kostbaar voor ons, een geschenk, dat God ons geeft. Elke dag is zinvol en ‘smakelijk’. Niet dat het altijd gemakkelijk is, er zijn ook zure en bittere dingen in ons leven, maar ook die hebben zin en mogen ‘meewerken ten goede’ (Romeinen 8:28).

Vraag:

  • Satan, de boze geest wordt in de Bijbel voorgesteld door een slang, die vastzit aan de aarde.
  • Gods Geest, de Heilige Geest, wordt in de Bijbel voorgesteld door een dier, dat niet vastzit aan de aarde, maar ‘een vogel van de hemel’ is –  welke vogel?

(antwoord: zie: Lukas 3:22)

Wist je…

  • Dat een slang geen smaak (geen smaakpapillen) heeft, dat zintuig heeft hij niet. (vergelijk: > verhaaltje over zout)
  • Dat je met een slang als huisdier geen band kunt opbouwen, wat met een hond bijvoorbeeld wél kan. Een slang heeft zulke gevoelens niet en kan zich ook niet inleven in het gevoel van een ander. Een slang heeft dat deel van de hersenen niet, waarmee dit mogelijk zou zijn.
  • Dat geen enkele slang voor zijn of haar jongen zorgt. Slangen kennen hun ouders helemaal niet.

‘adderengebroed’ (Lukas 3:7) … ‘kinderen van een slang’, zo zou je toch niet graag genoemd willen worden.

Wat is het toch heerlijk, als je ‘een kind van je hemelse Vader’ genoemd mag worden. (zie: het volgende verhaaltje)

Auteur: Redactie
Foto: © Henk-Jan Oudenampsen

NederlandsWeekblad.nl maakt gebruik van cookies