Vervelende vliegen

Hanna heeft zwemles. Ze doet goed haar best en wie weet, mag ze binnenkort afzwemmen. Op een dag komt ze uit het zwembad. Het is lekker warm weer. Als ze met haar moeder naar de fietsen loopt, komt ze langs een afvalbak, waar net een zwerm vliegen uitkomt, die om haar hoofd heen gaat vliegen. Hanna vindt dat maar vervelend. ‘Ga toch ergens anders zoemen’ roept ze en wappert met haar zwemhanddoek om ze weg te jagen. Maar ze blijven maar om haar natte haren heen vliegen. ‘Misschien zijn ze wel een beetje jaloers dat jij zwemles hebt en zij niet,’ lacht mama.

Als ze thuis zijn, gaat Hanna op haar kamer spelen en mama gaat eten koken. ‘We eten vanavond kippensoep’ zegt ze. Hanna juicht, want dat is haar lievelingseten. Later tijdens het eten vertelt Hanna aan papa over de zwemles en ook over die vervelende vliegen, die maar om haar hoofd heen bleven vliegen. Op hetzelfde moment ontdekt papa een vlieg in zijn soep die flink spartelt. ‘Wat doet die vlieg in mijn soep’ roept papa. Hanna kijkt er naar en zegt: ‘O, ik zie het al, die heeft zwemles!’ En ze krijgen allemaal de slappe lach.

heer van de vliegen

Vliegen komen af op alles wat afsterft en vergaat. De geur daarvan ruiken ze al op een afstand. En dat vinden zij ‘aantrekkelijk’: afval, verrot fruit, mest of dode dieren. Daar eten ze van en daar leggen ze hun eitjes in. Een vrouwtjesvlieg kan in korte tijd honderden eitjes leggen, waardoor een paar vliegen al snel een hele zwerm kunnen worden.

Vliegen hebben geen koningin zoals bijen of mieren, maar ze leven alleen voor zichzelf en houden met niemand rekening.
Vliegen kunnen ons flink plagen, ze zoemen om je hoofd, ze zijn met heel veel en je krijgt ze niet zo maar weg…

De Bijbel vertelt ook over vliegen en je voelt misschien al aan dat het niet over iets goeds gaat.

In Lukas 11 gaat het over boze geesten en in vers 15 staat: ‘…Beëlzebul, de aanvoerder van de demonen…’.
De naam ‘Beëlzebul’ betekent: ‘heer van de vliegen’ of ‘eigenaar van de vliegen’.

De boze wijst altijd op verschillende manieren alleen op de aardse dingen, de dingen die tijdelijk zijn, die vergaan, (en ook juist op dingen die ‘stinken’, die niet goed voor ons zijn) om ons af te leiden van de hemelse eeuwige dingen, waarin het doel en het echte geluk voor een mens ligt.

Beëlzebul komt met veel en steeds meer, met onrust, met verwarring, onsamenhangend, vermoeiend…

Wát een verschil met de Here God: ‘God is geen God van verwarring, maar van vrede (of: eenheid, harmonie).’ (1 Korinthe 14:33)

Als we samen met Hém leven, krijgt alles wat Hij op onze weg brengt een doel. We mogen met en voor Hém leven en wat geeft dat rust en vrede en blije energie.

Vraag:

In Markus 5:9 staat: ‘Mijn naam is legioen, want wij zijn met velen.’ Wie zegt dit?

NederlandsWeekblad.nl maakt gebruik van cookies