Heb je het ooit zo zout gegeten?

Hanna komt bij haar moeder in de keuken. Die haalt net de kippenpoten uit een pan met kokend water. ‘Mag ik meehelpen met eten koken, mam’  vraagt ze. ‘Ja, fijn!’ zegt mama. Ze eten vandaag kippensoep. De kip moet nog even afkoelen en ondertussen kan Hanna vast de groente in kleine stukjes snijden. Daarna gaan ze samen de kip uitpluizen zodat alle botjes er uit zijn en het vlees kleine stukjes wordt. Als alles in de pan zit, mag Hanna de botjes nog lekker afkluiven.

‘Is de soep nu klaar?’ vraagt Hanna. ‘Nee, jij mag de soep nog even proeven. Als het nog wat laf smaakt, moet er nog wat zout bij, maar niet meer dan een lepeltje hoor.’ Hanna doet alles precies zoals mama het gezegd heeft.

En dan gaan ze eten, de soep ruikt heerlijk. Hanna roept trots dat zij meegeholpen heeft. Mama schept de borden vol en er staan ook lekkere broodjes op tafel. Nadat papa gedankt heeft vallen ze aan. En bijna tegelijk spugen ze de soep weer uit. ‘Dit lijkt wel zoute drop!’ roept Sammy.

Mama kijkt Hanna aan en vraagt of ze gedaan heeft wat zij vroeg. ‘Ja hoor, ik heb even geproefd en er moest nog wat zout bij, dus ik heb er een lepeltje zout bij gedaan’ zegt Hanna rustig, die het ook niet begrijpt. ‘Wat voor lepeltje?’ vraagt mama. ‘Nou, geen opscheplepel hoor, gewoon deze’ en ze wijst naar haar soeplepel. ‘O, nou snap ik het, ik bedoelde dat hele kleine lepeltje, dat in de zoutpot zit…’ en mama aait Hanna over haar bol. ‘Gelukkig hebben we de broodjes nog’ zucht Sammy.

Zout 

Zout geeft smaak aan ons eten. In elke maaltijd zit zout. Zonder zout is ons eten smakeloos, laf, flauw.

Zout is iets heel bijzonders. Het is iets wat we elke dag nodig hebben, we kunnen niet leven zonder zout.
Maar zout kan ook dodelijk zijn. De eerste keer dat het woord ‘zout’ voorkomt in de Bijbel is in Genesis 14:3, waar het gaat over de ‘Zoutzee’. Dit wordt ook wel de ‘Dode Zee’ genoemd, omdat daarin niets kan leven door het zout. Deze dode zee is er gekomen, omdat de ‘wereld’ van Sodom moest sterven. Sodom wordt zout, dat is het zout van de dood. Door dit zout kan die ‘wereld van Sodom’ niet meer tot leven komen.

Dus zout heeft leven én dood in zich, dat is de kracht van zout. En deze 2 kanten geven ‘smaak’ aan het leven – ze horen bij het leven van een kind van God. Ook bij ons mag die ‘wereld van Sodom’ niet leven: ‘Hoe zouden wij, die dood zijn voor de zonde, nog in zonde kunnen leven?’ (Romeinen 6:2) Want alleen door deze ‘dood’ is nieuw, eeuwig leven mogelijk, elke dag weer. Een leven van liefde, van vrede, geduld, vergeving… en dát is, wat het leven van een kind van God zo ‘smakelijk’, zinvol en levendig maakt.

‘Zout is goed! Maar als het zout zijn kracht verliest, hoe zullen jullie het zijn kracht dan teruggeven? Zorg dat jullie het zout in jezelf niet verliezen en bewaar onder elkaar de vrede.’ (Markus 9:50)

Vragen:

  1. Wat is het laagste, het diepste punt op aarde? 
    (antwoord: de Dode Zee)
  2. Ken jij iemand die een zoutpilaar werd?
    (antwoord: zie: Genesis 19:26)
NederlandsWeekblad.nl maakt gebruik van cookies