Een meisje was in de tuin aan het spelen en daar zag ze een cocon aan een tak hangen. Ze bekeek deze cocon eens goed en zag dat er al een klein gaatje in zat. De vlinder in de cocon was bezig om eruit te komen. Het was echt moeilijk voor de vlinder, dat zag ze wel. Het duurde heel lang en de vlinder worstelde, maar het lukte maar niet.
Het meisje kreeg medelijden. Die cocon was zeker te hard voor de vlinder. Weet je wat, zij ging helpen. Ze rende naar huis en haalde en heel klein scherp schaartje. Heel voorzichtig knipte ze de cocon open zodat de vlinder eruit kon kruipen. En ja hoor, dat deed de vlinder, hij kroop er gelijk uit. Wat was het meisje blij dat zij de vlinder had geholpen. Nou kon de vlinder mooi gaan vliegen. Maar wat zagen zijn vleugeltjes er verkreukeld uit. De vlinder bleef zitten op de tak en ging helemaal niet vliegen…
Wat dit meisje zo goed bedoeld gedaan had, was juist helemaal niet goed. Deze vlinder heeft nooit meer kunnen vliegen. Een vlinder moet het juist moeilijk hebben om uit zijn cocon te kruipen. Door de druk die dan op zijn lijfje komt, wordt er vocht in zijn vleugeltjes gepompt wat nodig is om daarna te kunnen vliegen.
Zo kunnen er ook in ons leven moeilijke dingen zijn, waar we zelf doorheen moeten, waar iemand anders ons niet bij kan helpen. En juist de dingen waar het om gaat in het leven, waar we totaal kunnen veranderen, zoals een rups een vlinder kan worden, daarin gaat elk mens een eigen, heel persoonlijke weg.
‘Want onze lichte verdrukking, die van korte duur is, brengt in ons een alles overtreffend eeuwig gewicht van heerlijkheid teweeg.’ (2 Korinthe 4:17)
Auteur en foto: Redactie

