‘Gwen, help me even mijn bril te zoeken want ik kan het oog niet vinden!’ roept oma naar haar kleindochter. ‘Huh?’ denkt Gwen, ‘het oog niet vinden?’. Ze ziet de bril van oma op tafel liggen en brengt hem snel bij haar. ‘Wat is er met dat oog, oma, u heeft ze allebei nog, hoor!’ Oma kijkt even verbaasd en moet dan lachen. ‘Ach, ik bedoel het oog van de naald, dat is dat kleine gaatje boven in de naald. Daar wil ik een draad doorheen steken want ik wil iets naaien.’
Gwen kijkt eens goed en ziet een piepklein gaatje bovenin de naald. ‘Wat gek dat me dat nooit is opgevallen’ denkt ze. Dan vraagt ze aan oma of zij die draad door het oog mag steken. ‘Graag’ zegt oma, ‘want jij hebt jonge ogen, probeer het maar eens.’ Gwen pakt de naald in de ene hand en met de andere hand probeert ze de draad er doorheen te steken. Maar dat valt niet mee. Hoe ze ook prutst, de draad heeft er geen zin in en werkt niet mee en het lijkt alsof dat oog steeds kleiner wordt.
Oma kijkt lachend toe. ‘Ik vond dat ook lastig om te leren. Je kunt het puntje van de draad even in je mond doen, dan wordt het nat en dan gaat het makkelijker’ En ja hoor, eindelijk lukt het. De draad is er nu een heel eind doorheen. Oma neemt de naald en de draad over en Gwen gaat er bij zitten om te zien hoe oma gaat naaien. Oma legt uit wat ze aan het doen is en dan mag Gwen het ook even proberen.
Wat is het toch gezellig om bij oma te zijn!
In Lukas 18:25 staat: ‘Jezus zei: Het is gemakkelijker dat een kameel gaat door het oog van een naald, dan dat een rijke het koninkrijk van God binnengaat.’
Het is soms al heel lastig om een draadje door een naald te krijgen, een kameel erdoor kan helemáál niet.
Dat zeggen de mensen die dit horen dan ook tegen Jezus: ‘Maar wie kan dan wel gered worden?’ Hij zei tot hen:
‘Wat bij mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God.’
In het Hebreeuws is elke letter een getal en heeft elke letter ook een naam, die wat betekent. De letter ‘koph’ is het getal 100 en betekent ‘oog van de naald’.
Bij ‘100’ in de Bijbel kan er iets bijzonders gebeuren, een wonder. We zien dit bijvoorbeeld bij Abraham. God belooft hem en Sarah een zoon, maar dat kan helemaal niet. Sarah is veel te oud om nog een kind te krijgen. Toch gelooft Abraham wat God zegt en als hij 100 jaar is, wordt deze zoon geboren.
‘Zou voor de Here iets te wonderlijk zijn?’ (Genesis 18:14)
Auteur: Redactie
Foto: © Henk-Jan Oudenampsen

