Mieren

Sammy loopt samen met zijn vader door het bos. Hij heeft een stevige stok gevonden die hij als wandelstok gebruikt. Op een smal zandpaadje ziet hij opeens iets bijzonders. Een hele groep mieren steekt het pad over, maar ze lopen netjes achter elkaar aan. Hij gaat er op zijn hurken bij zitten en legt dan zijn stok precies over de route die de mieren lopen. De mieren zijn even van slag maar klimmen daarna over de stok en lopen verder alsof er niets aan de hand is.

Papa bekijkt het ook en zegt: ‘Als we nou de mieren volgen, dan komen we vast bij hun nest.’ Voorzichtig volgen ze het spoor van de mieren en ze hebben geluk, want net buiten het pad zien ze een grote hoop liggen. Het lijkt net een hoop aarde, maar als ze dichterbij komen roept Sammy verbaasd: ‘Pap, wat veel mieren zijn hier, het lijken er wel een miljoen!’
‘Ja, wat een gekrioel is het daar hè, maar toch hebben al die mieren elk hun eigen taak. Bijvoorbeeld om eten te zoeken of om het nest te bouwen, of te repareren. Kijk maar, deze mieren zijn van die bouwers, die slepen dennennaalden naar hun nest.’

Dan voelen ze opeens allebei wat gekriebel langs hun benen. Ze kijken en zien allemaal mieren omhoog kruipen. ‘Laten we ze maar met rust laten, anders nemen ze ons straks ook nog mee naar hun nest’ zegt papa lachend en samen lopen ze weer verder.

Vraagje: Wat denk jij, zijn die bouw-mieren mannetjes of vrouwtjes?
Antwoord: Alle mieren die je ziet lopen en werken in een mierenhoop zijn vrouwtjes.

Een mierenhoop

In zo’n mierenhoop leven een heleboel mieren samen die elk een eigen taak hebben: er zijn mieren die het nest bouwen, anderen zoeken voedsel, weer anderen verzorgen de koningin of de eitjes, de larven of de poppen. Al deze mieren zijn familie van elkaar en hebben dezelfde moeder, dat is de koningin van deze mieren. Deze koningin is het middelpunt, die goed verzorgd en beschermd wordt en waaromheen het mierennest wordt gebouwd. De koningin bestuurt o.a. met geurstofjes (feromonen) de mierenkolonie.

Als je naar een mierenhoop kijkt, lijkt het alsof al deze drukke beestjes maar wat door elkaar heen lopen, maar dat is niet zo. Ze zijn met heel veel samen een grote eenheid.

Het is net als een lichaam, waarin ook elk deel een eigen taak heeft, maar waar alle delen nodig zijn en samen één geheel zijn.

Er is onderzoek gedaan naar het gedrag van mieren:

Wat gebeurt er met een mier die tegengehouden wordt, om naar haar nest terug te gaan?
Je zou denken: nou… misschien heeft zo’n mier het dan wel veel beter. Ze hoeft nu alleen nog maar voor zichzelf te zorgen en alles wat ze vindt, heeft ze voor zichzelf alleen.
Maar wat gebeurt er? Zo’n mier heeft geen oriëntatie meer en weet niet meer wat ze moet doen. Ze wordt steeds langzamer en slomer en uiteindelijk verkommert ze en sterft ze.
Zo’n mier laat zien wat er gebeurt als haar werk niet meer verbonden is met het centrum van haar leven.

In Spreuken 6:6 staat: ‘Ga naar de mier, luiaard, zie haar wegen en wordt wijs.’

Het Hebreeuwse woord voor ‘luiaard’ is ‘atsel’ (70-90-30) en dit betekent ook: ‘lui, sloom, traag, onverschillig’.

Als wij, net als mieren, verbonden zijn met ons Middelpunt, de Bron van ons leven, dan voelen wij een verantwoordelijkheid, die ons blij en actief maakt, om ons werk van harte te doen.

Auteur en foto: Redactie

NederlandsWeekblad.nl maakt gebruik van cookies