Ooievaars

Sammy maakt een fietstocht door de polder met zijn vader. Hij vindt het prachtig en vraagt zijn vader over van alles wat hij ziet. Opeens ziet hij een hele grote vogel aan komen vliegen. ‘Kijk, pap!’ roept hij enthousiast. Papa kijkt mee en ziet dat het een ooievaar is. Ze volgen samen de ooievaar en zien dat hij verderop een paar rondjes vliegt en dan landt op een grote mast.

Met de verrekijker ziet Sammy dat de ooievaar daar een nest heeft en dat daar ook een andere ooievaar is en zelfs twee kleintjes. ‘Wat een hoge plek voor een nest’ zegt hij. Zijn vader legt uit dat ooievaars dat doen omdat ze daar met hun grote vleugels makkelijk kunnen landen en ook weer wegvliegen. En het is een hele veilige plek voor hun jonkies, want roofdieren kunnen daar niet zo maar bijkomen.

‘En weet je dat deze ooievaars in de winter nog in Afrika waren? In het voorjaar komen ze weer naar Nederland en vaak komen ze dan op hetzelfde nest terug.’ ‘Ongelooflijk, dat ze helemaal naar Afrika gaan en dan ook nog precies dit plekje weer terug kunnen vinden!’ roept Sammy bewonderend uit. ‘Ja hè, Oost West, thuis best’ zegt papa, ‘of nee, beter gezegd: Zuid Noord, weet waar je hoort!’

Ooievaar en goedertierenheid

Weet je waar ooievaars om bekend staan? Dat ze heel erg goed en heel erg lief voor hun jonkies zorgen. Ze laten hun nest nooit alleen. De moedervogel wacht tot de vader weer terug is, en dan gaat moeder eten zoeken. En als moeder eten heeft gevonden en ze komt weer op het nest dan pas vliegt vader weer weg. Zo zorgen ze samen voor hun kinderen en ze laten die kinderen nooit alleen.

En dat is soms ook heel aandoenlijk: als er met één van de ouders wat gebeurt en die komt niet terug op het nest, zal de ander op het nest blijven wachten en uiteindelijk samen met de jonkies verhongeren…

En ook als de jonkies al zelf kunnen vliegen en eten leren zoeken, letten hun vader en moeder nog een hele poos op hen en geven ze hen ook nog wat extra te eten.

De ooievaar komt ook voor in de Bijbel en in het Hebreeuws heet een ooievaar een ‘chasidah’. Dit woord komt van chèsèd en dat wordt vaak vertaald met ‘goedertierenheid’. ‘Chèsèd’ is een eigenschap van God en het betekent: liefde, goedheid en genade, niet zo maar een klein beetje, maar heel veel, het vloeit over en het is er voor iedereen. ‘Chèsèd’ wil geven, wil de ander blij maken, ook als die ander dat helemaal niet verdient. Het is net als de zon die geen verschil maakt tussen mensen: ‘uw Vader laat Zijn zon opgaan over slechte en goede mensen’ (Mattheüs 5:45) Zó is Gods ‘chèsèd’, het straalt naar iedereen!
Dat lijkt wel op die ooievaars hè, die ook zo lief en goed voor al hun kinderen zorgen.

Vroeger waren mensen altijd heel blij als ze een ooievaar zagen, dan zeiden ze: ‘Oh, die brengt geluk en nieuw leven!’ En bij veel boerderijen hadden ze een paal in de grond gezet met bovenop een wiel, zodat de ooievaars daar hun nest konden bouwen. Want die ooievaars met hun geluk wilden ze wel dicht bij hun huis hebben.

Maar wij weten nu wat de naam ‘ooievaar’ in het Hebreeuws betekent: ‘overvloeiende liefde, goedheid en genade’, wat onze Vader in de hemel ons zo graag wil geven, om ons blij en gelukkig te maken. En daar hebben wij geen ooievaar bij ons huis voor nodig!

‘Hoe kostbaar is Uw goedertierenheid (= ‘chèsèd’), o God, daarom schuilen de mensenkinderen in de schaduw van Uw vleugels.’ (Psalm 36:7)

Vraag:

  • Welke vogel zetten mensen soms bij hun huis als er een baby is geboren?
  • Zou dat iets met ‘chèsèd’ te maken kunnen hebben?

————————————————————————

Ook slangen leggen eieren, ‘net als vogels’, zou je zeggen… maar er is een groot verschil:
De meeste slangen leggen eieren en gaan weg, ze laten hun eieren in de steek. Sommige slangen bewaken hun eieren nog, maar als de eieren uitkomen, zijn ze weg.
Geen enkele slang zorgt voor zijn of haar jongen. Slangen kennen hun ouders helemaal niet. Zie: > hap-slik-weg

NederlandsWeekblad.nl maakt gebruik van cookies