Het is meivakantie en Isabel gaat met papa en mama en haar 2 broers kamperen op Texel. Gaaf, op een eiland! Haar broers hebben een eigen tent, maar Isabel slaapt bij haar ouders in de tent. Wat is kamperen leuk!
De eerste dagen is het best bewolkt en ‘s avonds is het om de tent heel erg donker. ‘Ik vind de nacht maar zwart en eng’ zucht Isabel, ‘ik ben blij dat ik bij jullie in de tent lig.’ ‘Nou, dan komt er binnenkort hopelijk een verrassing’ lacht papa geheimzinnig. ‘Huh, wat bedoelt u?” Maar papa zegt niks. Een paar dagen later wordt Isabel midden in de nacht wakker gemaakt. ‘Doe je jas maar aan en kom eens mee naar buiten, Isabel” zegt papa. Half slapend gaat ze met papa en mama mee naar buiten. Daar staan haar broers ook. Ze wrijft verbaasd in haar ogen. ‘Zie ik het goed? Het lijkt wel licht!’ Overal om haar heen is de lucht vol sterren en ook de maan is heel helder aan de hemel. ‘Wauw, ik wist niet dat de nacht zo licht kon zijn.’ lacht ze. En dan maken ze samen nog een nachtwandeling en genieten ze van de prachtige sterrenhemel.
De Bijbel zegt dat kinderen van God lichtjes zijn in deze donkere wereld, net als sterren in de nacht:
‘Schijn als lichtende sterren in de wereld.’ (Filippenzen 2:15)
Donker en licht
Het licht voor de aarde komt van de hemel: van zon, maan en sterren. De aarde zelf is donker.
Licht vertelt van hemelse, Goddelijke, eeuwige dingen. Donker vertelt van aardse, tijdelijke dingen.
Donker hoort bij ‘alléén de aarde’.
Als je niet de hemelse eeuwige dingen zoekt, maar alleen leeft voor de aardse, tijdelijke dingen, dan zegt de Bijbel dat je ‘in de duisternis’ leeft.
De Here Jezus zegt: ‘Ik ben als een licht in de wereld gekomen, opdat ieder die in Mij gelooft, niet in de duisternis blijft.’ (Johannes 12:46)
Auteur: Redactie
Foto: © Henk-Jan Oudenampsen

