Trainen hoeft niet…


Sammy heeft voor zijn verjaardag een sportfiets met veel versnellingen gekregen. Hij is er heel blij mee. ‘Nu kan ik ook naar opa en oma fietsen!’ zegt hij. ‘Misschien moet je dan eerst wat trainen,’ zegt papa, ‘want dat is wel 30 km heen en 30 kilometer terug.’ ‘Dat is geen probleem hoor, dat lukt wel!’ zegt Sammy stoer ‘Ga jij mee, pap, want jij hebt ook een goeie fiets.’

De volgende zaterdag gaan ze op pad. Het eerste stuk gaat heerlijk, Sammy trapt hard door. Maar na een tijdje gaat het wat langzamer en ze zijn nog niet op de helft of Sammy kan al bijna niet meer. Onder een boom staat een bankje en daar stoppen ze, om wat uit te rusten. Gelukkig heeft mama pannenkoeken en cola meegegeven, dat geeft weer nieuwe energie.

De rest van de reis gaat veel langzamer en het laatste stuk voelt hij de sterke hand van zijn vader in zijn nek die hem duwt. ‘Om iets lang vol te kunnen houden moet je trainen.’ legt papa uit. ‘Je begint eerst kleine stukjes te fietsen en daarna steeds iets verder zodat je spieren sterker worden en het langer vol kunnen houden.’ Ja, dat snapt Sammy nu ook wel. ‘Maar nu moet ik straks ook nog terug fietsen.’ zucht hij wanhopig.

Maar als ze eindelijk bij opa en oma aankomen staat hun auto daar ook met de fietsendrager erop en een lachende moeder ernaast…

Trainen, oefenen

Je kunt wel zeggen dat het goed is om je spieren te trainen, maar als je het niet doet, helpt dat niks.

Als je wél je spieren gebruikt en traint, dan worden ze sterker en kunnen ze hun werk langer volhouden. Voor spieren geldt: ‘use it or lose it’ (= gebruik het, of verlies het)

Zo is ook ons geloof en ons vertrouwen iets wat opgebouwd moet worden, wat ‘getraind’ moet worden. Je kunt wel zeggen dat je gelooft, maar wat doe je?

Het Hebreeuwse woord ‘aman’ betekent: ‘geloven, vertrouwen’, maar ook: ‘oefenen, trainen’.

Als je geloof gebruikt en geoefend wordt, dan gaat je geloof groeien, en wordt het sterker en kun je steeds grotere uitdagingen aan in je leven.

Geloof groeit niet vanzelf. In Hebreeën 12:1,2 wordt ons leven in geloof vergeleken met een hardloopwedstrijd: daar moet je voor trainen, je bent op het doel gericht, je gebruikt je tijd hiervoor en je houdt vol, ook als het moeilijk wordt:

‘En laten wij met volharding de wedloop lopen die voor ons ligt, terwijl wij het oog gericht houden op Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof….’

Auteur: Redactie
Foto: © Henk-Jan Oudenampsen

NederlandsWeekblad.nl maakt gebruik van cookies