Evy gaat op haar nieuwe fiets naar het zwembad. Ze is er heel blij mee en zorgt er goed voor. Bij het zwembad doet ze haar fiets dan ook goed op slot, met een extra kabel om een boom heen. Ze neemt de fietssleutel mee, waar een kaartje aanzit, waar ze net heel mooi haar naam op heeft geschreven. Dan rent ze naar binnen met haar zwemtas nog half open in haar hand. Binnen heeft ze veel plezier met haar vriendinnen in het water. Na een tijdje klinkt opeens de luidspreker: ‘Wil Evy de Vries even bij de kassa komen?’ Evy schrikt ervan, ‘hé, dat ben ik!’ en ze gaat gelijk naar de kassa. Wat zou er zijn? ‘Ben jij Evy de Vries?’ vraagt de mevrouw bij de kassa. Evy knikt. ‘Iemand heeft jouw fietssleutel gevonden, buiten op straat. Berg die maar goed op in je tas.’ ‘Oeh, wat een geluk dat mijn naam erop stond” zucht Evy dankbaar.
Als je ergens bent en je hoort opeens jouw naam roepen, dan reageer je gelijk. Elk mens heeft een eigen naam. Dat hebben dieren niet. Zij hebben wel een naam als groep, als soort – muizen, eekhoorns, muggen, wormen – maar geen persoonlijke naam. (Wij geven soms een huisdier een naam, maar in de Bijbel heeft geen enkel dier een eigen naam.) Dieren leven ‘naar hun aard’. Zoals God ze gemaakt heeft, zo leven zij.
Elk mens is uniek, met een eigen naam en een eigen keus in het leven.
‘Wees niet bang, want Ik heb je verlost, Ik heb je bij je naam geroepen, jij bent van Mij.’ (Jesaja 43:1)
‘…van wie de namen in het boek van het leven staan.’ (Filippenzen 4:3)

