Vallen en opstaan

Harm wordt wakker en wrijft in zijn ogen. Welke dag is het ook alweer vandaag? O ja, het is mijn verjaardag! Dan springt hij uit bed en rent naar beneden. De kamer is al versierd met slingers en gelijk wordt het verjaardagslied gezongen want papa en mama en zijn broertje en zusje zijn al beneden. Harm danst door de kamer.

Hij krijgt van iedereen een cadeautje. Als laatste neemt papa hem mee naar de schuur. Daar staat een nieuwe fiets, wauw! ‘Ik wil jou wel helpen, om te leren fietsen’ zegt papa. ‘O, dat lukt wel hoor, ik heb het anderen zo vaak zien doen’ zegt Harm stoer.
Na het eten gaan ze naar buiten. Harm gaat op zijn fiets zitten en papa houdt hem vast. Voorzichtig trapt Harm de trappers rond en daar gaat hij. Papa moet hard doorlopen om hem bij te houden maar houdt hem nog steeds goed vast. Het volgende blokje in de straten om het huis gaat nog sneller, papa rent nu mee.
‘Ik kan het zelf wel pap’ roept Harm en dan schudt hij zich los en fietst door. Maar o, o, dat valt tegen, hij begint te wiebelen en kan het stuur niet meer recht houden. En dan gaat het mis … maar vlak voor hij hard op de grond valt, voelt hij de sterke hand van zijn vader die hem nog net opvangt. Oehhh, wat een geluk dat zijn vader dichtbij hem is en hem helpt!

Verticaal en horizontaal 

Onze hemelse Vader houdt van ons en is heel dichtbij ons. Ook Hij staat klaar om ons op te vangen als wij ‘vallen’:
‘De Here ondersteunt allen die vallen…’ (Psalm 145:14)
Als je ‘valt’, dan ga je van verticaal naar horizontaal. Je valt nooit naar boven, altijd naar beneden.
De ‘zondeval’ is ook vallen van verticaal naar horizontaal.

Mensen hebben de mogelijkheid om verticaal, naar boven, naar de hemel toe te leven. Dieren niet, die leven horizontaal, alleen voor de aarde. Kijk maar naar hun rug, die is meestal horizontaal.
En aan onze houding zie je al, dat Gods plan met mensen heel anders is dan Zijn plan met dieren.

Gods plan met ons mensen is niet dat wij alleen voor de aarde, voor de aardse dingen gaan leven (~ horizontaal), maar dat wij naar boven, naar de hemel gericht zijn (~ verticaal) en samen met Hém leven.
Wát een GELUK als je voelt dat jouw hemelse Vader van jou houdt en dichtbij je is en jou hiermee wil helpen.

‘Zie, God is mij een Helper, de Here is het, die mij ondersteunt.’ (Psalm 54:6)

Vraag: Je valt altijd naar de aarde, nooit naar de hemel. Hoe kan dat? Hoe heet die kracht?
Antwoord: Dat komt door de zwaartekracht, de aarde trekt aan jou. Dat is een wet, een natuurwet.

vergelijk: hap-slik-weg, de verleiding van de slang

Een extra stukje hierbij – een Hebreeuws alfabet dat niet helemaal klopt?

Psalm 145, een loflied van David                 

(‘David’ betekent: ‘geliefde’ = voelen dat je geliefd wordt)

Psalm 145 is een acrostichon: de eerste letters van de verzen vormen samen het Hebreeuwse alfabet. Heel opvallend is het, dat de noen mist in dit rijtje. (Na de mem (= 40) en voor de samech (= 60) staat de noen (= 50) in het Hebreeuwse alfabet.)
In vers 14 (die eigenlijk met de noen zou moeten beginnen) staat: ‘De Here ondersteunt allen die vallen’. In het Hebreeuws staat het er zo: ‘Ondersteunende… het vallende’.

De eerste letter is de samech van het woord ‘ondersteunen’ (60-40-20). De noen komt pas later in het woord ‘vallen’ (50-80-30).
Een uitleg hiervan is: Niet het vallen (50) komt eerst, maar het ondersteunen, het opvangen (60): vóórdat wij vallen staat de Heer al klaar om ons op te vangen.
Zoals liefhebbende ouders op hun kinderen letten en klaar staan om ze op te vangen als dat nodig is.

‘Zie, God is mij een Helper, de Here is het, die mij ondersteunt.’ (Psalm 54:6)

Auteur en foto: Redactie

NederlandsWeekblad.nl maakt gebruik van cookies