Woestijn

Sammy heeft op school over woestijnen gehoord, zoals de ‘Sahara’, een woestijn in Noord Afrika die bijna net zo groot is als heel Europa. ‘Daar zou ik wel eens heen willen.’ zegt hij bij het eten. ‘Ja, dat is wel heel ver weg,’ zegt papa, ‘maar hier in de buurt is een grote zandverstuiving, dat lijkt er wel op, daar kunnen we wel eens gaan kijken.’

De volgende zaterdag gaan ze met de auto op weg. De zon schijnt al flink, het wordt vast een warme dag. Het is niet ver rijden en al snel zet papa zijn auto op een grote parkeerplaats in het bos. Nog een klein stukje lopen en dan zijn ze bij de rand van het bos en voor hen ligt een grote zandverstuiving, zover je kan kijken. ‘Laten we eerst wat drinken voor we verder gaan’ zegt papa en hij neemt een paar slokken water. Maar Sammy kan niet wachten en rent al vooruit. ‘Dus een woestijn is ook zoiets maar dan veeeeeel groter!’

Ze gaan wandelen en ondertussen wordt het warmer en warmer. Sammy komt niet meer goed vooruit in het mulle zand. Overal ziet hij zand. Helemaal in de verte is nu het bos. Gelukkig heeft hij zijn pet op. Midden op de zandvlakte gaat hij zitten, want het lukt niet meer. Hij krijgt van zijn vader wat water. ‘Ik wist niet dat water zo lekker was! Is het nog ver?’ Papa lacht. ‘Hier is het niet ver meer, maar in een echte woestijn ben je heel wat langer onderweg.’ Sammy zucht, voor hem hoeft die Sahara niet meer…

Woestijn – vertrouwen – gesprek

Het volk van God, dat verlost is uit Egypte, gaat op weg door de woestijn naar het beloofde land. Maar hoe kan zo’n groot volk in de woestijn leven? Waar vind je genoeg water voor iedereen? En je kunt er helemaal geen voedsel vinden of kopen. Hun voorraden raken al snel op en dan roepen ze tot Mozes: ‘We komen hier in de woestijn om van de honger.’ (Exodus 16:3). ‘Waarom heb je ons uit Egypte gehaald? We sterven hier allemaal van de dorst!’ (Exodus 17:3) Ze zijn wanhopig, ze begrijpen er niks meer van.

Hun leven is nu totaal anders geworden. Het leven in de wereld van ‘Egypte’, is een leven voor de aarde alleen. Ze hadden daar huizen om in te wonen. Er was daar gras genoeg voor hun vee. Ze konden zaaien en oogsten. Ze hadden het water van de hemel er zelfs niet bij nodig (Deuteronomium 11:10). Er werden daar voorraadsteden gebouwd, om voorraden op te kunnen slaan. Want leven ‘in Egypte’ betekent leven zonder God, zonder Iemand die voor je zorgt en dan wil je alles zélf onder controle hebben. Dan ben je bezig aardse ‘zekerheden’ op te bouwen. En daar ben je ‘slaaf’ van…

Maar nu in de woestijn is alles anders. Ze kunnen hier niet zaaien en oogsten. Ze kunnen geen voorraden maken (Exodus 16:20). Ze hebben geen vast huis meer, maar wonen nu in tenten. Ze hebben een trekkend leven gekregen en weten vandaag niet of ze morgen hier nog zijn. Ze kunnen niks meer plannen, want de Here God bepaalt nu hun weg. Ze hebben niets meer zelf in de hand. Ze zijn als kleine kinderen in alles afhankelijk van hun hemelse Vader. 

Dát gebeurt er, als jij je hart aan Hém geeft. Je moet ‘je eigen inzicht’ opgeven en leren ‘op de Here te vertrouwen met je hele hart.’ (Spreuken 3:5)

Het Hebreeuwse woord voor ‘woestijn’ is ‘midbar’ (40-4-2-200) en ditzelfde woord betekent ook: ‘gesprek’.

‘De woestijn’ is ons gesprek met onze hemelse Vader.
In ‘Egypte’ denk je dat je alles zelf in handen hebt.
In ‘de woestijn’ ervaar je, dat je in ALLES van God afhankelijk bent.
Alle dingen die gebeuren, elke dag weer, op jouw reis naar het Beloofde Land = dit gesprek = leren vertrouwen:
‘Wees niet bezorgd… jouw hemelse Vader weet wat jij nodig hebt.’ (Mattheüs 6:31,32) = vrij zijn

Nog een klein lesje Hebreeuws hierbij:

Hebreeuwse letters zijn allemaal medeklinkers.
Er kunnen klinkers bijgezet worden met puntjes en streepjes, maar in de oorspronkelijke Bijbel staan geen klinkers.
Het Hebreeuwse woord voor ‘woestijn’ is ‘midbar’ en dit zijn 4 medeklinkers: m-d-b-r.

In het Hebreeuws zijn zelfstandige naamwoorden afgeleid van werkwoorden.
Hebreeuws is een ‘werkwoord-taal’.
Het woord ‘midbar’ komt van het werkwoord ‘dabar’ (d-b-r) wat: ‘spreken, praten, in gesprek zijn met’ betekent.

Auteur en foto: © Redactie

NederlandsWeekblad.nl maakt gebruik van cookies