Paulien logeert bij haar oom en tante. Oom Kees laat op zolder een volière met duiven zien. ‘Waarom zijn die duiven op zolder’ vraagt Paulien, ‘en niet beneden in de kamer?’ ‘Hier kunnen ze naar buiten als ze willen.’ antwoordt oom Kees. ‘Maar dan vliegen ze toch weg?’ vraagt Paulien verbaasd. ‘Nee hoor, duiven komen altijd terug naar hun eigen huis. Let maar eens op!’ Oom Kees doet voorzichtig een duif in een kooitje en neemt deze mee naar beneden. Hij roept nog wat naar tante Joke en dan gaan oom Kees en Paulien en de duif in de auto. Ze rijden een heel eind, helemaal naar het bos. Als ze daar uitstappen zegt oom Kees: ‘Nu mag jij zeggen wat we straks gaan eten Paulien.’ ‘Pannenkoeken!’ roept ze.
Dan schrijft oom Kees op een heel klein briefje ‘pannenkoeken’ en hij doet dat briefje om de poot van de duif. ‘Jij mag hem nu loslaten!’ zegt oom Kees en hup daar vliegt de duif al weg. ‘Als dat maar goed gaat…’ denkt Paulien. Maar als ze weer thuiskomen staan de pannenkoeken al op tafel.
In de Bijbel lezen we over de Heilige Geest, die ‘als een duif’ is (Lukas 3:22). Het ‘huis’ van deze ‘Duif’ is de plaats waar God woont. Ook de Heilige Geest kan ‘berichten’ overbrengen tussen God en ons.
‘…want de Heilige Geest zal jullie op dat moment ingeven wat je moet zeggen.’ (Lukas 12:12)
Auteur en foto: Redactie

